Een bekende familiefilm rond Kerstmis is Home Alone. Een familie gaat met Kerst op vakantie en ontdekt in het vliegtuig, dat een zoontje thuis alleen is achtergebleven. De moeder is in alle staten en beweegt hemel en aarde om zo snel mogelijk weer bij haar kind te kunnen zijn. Uiteindelijk komt zij als eerste van het gezin terug in huis waar ze haar zoontje aantreft. Eind goed al goed.

Tegenwoordig gaat er een Amber Alert uit als er een kind vermist wordt. We krijgen dan op onze telefoon een berichtje waarin gevraagd wordt om uit te kijken naar het kind. Het signalement wordt vermeld. We krijgen ook een berichtje als het kind gevonden is.

Jozef en Maria zijn met Jezus in Jeruzalem. Hij is 12 jaar, zo’n beetje de leeftijd waarop onze kinderen hun Vormsel doen, en toen de leeftijd waarop een kind de grens overging naar volwassenheid.

Na een paar dagen keren Jozef en Maria in een karavaan naar huis terug en ontdekken, dat Jezus kwijt is. Hadden ze nu maar een Amber Alert gehad. Zo gauw het kan reizen ze drie dagen terug naar Jeruzalem, in de hoop Hem daar te vinden. Als er in de Bijbel sprake is van drie dagen, dan is God aan het werk.

Ze vinden hem in de tempel, waar hij tussen priesters zit en daar naar hen luistert en vragen stelt. Jozef en Maria zijn in alle staten. Had Hij niet even kunnen laten weten, dat Hij in de tempel was? Ze waren zich dood geschrokken. Maar Jezus zei hen: wisten jullie niet dat ik in het huis van mijn vader moest zijn? Preciezer vertaald staat er: wisten jullie niet dat ik in de dingen van mijn vader moest zijn? Dat ik thuis moest zijn bij Vader? Hij was Home Alone bij God.

Het blijken de eerste woorden van Jezus te zijn in het evangelie: wisten jullie niet dat ik in het huis van mijn vader moest zijn? Jezus maakt hier duidelijk van wie Hij is, waar Hij vandaan komt, wiens weg Hij zal gaan en waarheen Hij terugkeert. Hij komt van God, blijft bij God en gaat terug naar God. Hij is God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader,

Tegen het einde van zijn leven, zal Jezus opnieuw naar Jeruzalem gaan, daar zal hij gedood worden. En weer duurt het drie dagen voor Hij zich laat vinden en Hij met Pasen als de verrezen Heer opnieuw verschijnt.

Zo is het nog altijd voor iedere mens die God zoekt. Wij zijn het niet die God vinden, het is God die zich laat vinden. Wij kunnen hooguit zoeken, vinden is niet aan ons, maar een heilig en liefdevol handelen van God.

In ons leven kunnen ook wij, net als Jozef en Maria, Jezus kwijtraken. Ouders en opvoeders die hun kind gelovig willen opvoeden, voelen zich vaak onthand, spreken de taal van de kerk niet meer, zijn de beelden kwijt. Wanneer zij hun kinderen aanmelden voor het sacrament van de doop, de Eerste Communie of het sacrament van het Vormsel, begint voor hen vaak een tasten in het duister. Onderweg zijn ze Jezus kwijtgeraakt. Ze keren als het ware terug naar de tempel om hem te zoeken.

Die zoektocht wordt echter moeizaam als kerk en ouders elkaars taal niet goed verstaan. Zouden we mogen zeggen, dat kerk en gezinnen ook elkaar daarin wat zijn kwijtgeraakt? Hoe zouden we elkaar weer kunnen vinden? Wat kan de kerk doen om de zoektocht van ouders en kinderen te ondersteunen?

Wij als pastores hebben erkend, dat wij ouders en opvoeders een handje moeten helpen om de weg naar Jezus opnieuw te zoeken. Hiertoe hebben we familiecatechese in het leven geroepen. We komen met ouders en kinderen op zondagmorgen bij elkaar om samen te werken aan en te spreken over ons geloof.

We hopen en geloven, dat deze vorm van catechese de zoektocht naar Jezus kan bespoedigen. We beseffen dat wij slechts kunnen zoeken, want het is Jezus die zich laat vinden. Hij staat met open armen ons op te wachten, als waren wij de verloren zonen en Hij leidt ons naar het huis van de Vader.

Jezus zegt in het evangelie, dat Hij in het huis van zijn Vader moest zijn. De evangelist Johannes schrijft daarover, dat er plaats is voor velen. Wie zich door Jezus laat vinden, en door Hem bij de hand genomen wordt op weg naar God, mag zich gelukkig prijzen deel uit te maken van een grote heilige familie.